messenmitnehmen
van 5
messenmitnehmen
messen[v]
messer[n]

mes,mes

messung[n]
metall[n]

metaal,metaal

metallbearbeitung[n]

metaalbewerking,metaalverwerking

metallstück[n]
metapher[n]

metafoor,beeld

metaphysik[n]

metafysica,eerste filosofie

metaphysisch[adj]
meteor[n]

meteoor

meteorit[n]

meteoriet,steen uit de ruimte

methode[n]

methode,werkwijze

methodik[n]
metropole[n]

metropool,grote stad

metropolregion[n]

metropoolregio,metropolitane regio

metzger[n]

slager,beenhouwer

mexiko[n]

Mexico,het land Mexico

miauen[v]

miauwen,miauw-geluid maken

mich[pron]

mij,me

miene[n]

uitdrukking,gelaat

miete[n]

huur,huurprijs

mieten[v]

huren,verhuren

mieter[n]

huurder,huurder

mietpreis[n]
mietshaus[n]
mietvertrag[n]

huurcontract,huurovereenkomst

mietwagen[n]

huurauto,huurvoertuig

migräne[n]
migrant[n]

migrant,immigrant

migrantenangelegenheiten[n]

migrantenzaken,migratievraagstukken

migration[n]

migratie,verplaatsing

migrationshintergrund[n]
mikrofon[n]
mikrowelle[n]

microgolf,microgolfgolf

milbe[n]
milch[n]

melk,koemelk

milchprodukt[n]
milchschokolade[n]
milchshake[n]

milkshake,melkshake

milchstraße[n]
mild[adj]

zacht,gematigd

milieu[n]

milieu,omgeving

militär[n]

strijdkrachten,leger

milliarde[n]

miljard,een miljard

million[n]

miljoen

mimik[n]

gezichtsuitdrukking,mimiek

minderheit[n]

minderheid,minderheidsgroep

minderjährig[adj]
minderwertig[adj]
mindestens[adv]

tenminste,minstens

mindesthaltbarkeit[n]

minimale houdbaarheidsdatum,uiterste gebruiksdatum

mineralstoff[n]

mineraal,mineraalstof

mineralwasser[n]

mineraalwater,bruisend water

minibar[n]

minibar,minikoelkast

minijobber[n]

mini-jobber,deeltijdwerker

minimal[adj]

minimaal

minimalismus[n]

minimalisme,minimalistische stijl

minimum[n]

minimum,de kleinste waarde

minirock[n]
ministerium[n]
minivan[n]
minute[n]

minuut,minuut

minutiös[adj]

nauwgezet,gedetailleerd

mir[pron]

me,mij

mirabelle[n]

mirabel

mischen[v]

mengen,mixeren

mischung[n]
missachten[v]

negeren,verachten

missachtung[n]
missen[v]

missen,het gemis voelen van

misserfolg[n]

mislukking,falen

missfallen[n][v]

ontevredenheid,onbehagen • niet bevallen,mishagen

missgönnen[v]

benijden,niet gunnen

misslingen[n][v]

mislukking,falen • mislukken,falen

missraten[v]

mislukken,falen

missverständlich[adj]

dubbelzinnig,onduidelijk

missverständnis[n]

misverstand,verwarring

missverstehen[v]

verkeerd begrijpen,verkeerd interpreteren

mist bauen[phrase]
mit[prep]

met,samen met

mit den hühnern schlafen gehen[phrase]
mit einem blauen auge davonkommen[phrase]
mit offenem mund[phrase]
mitarbeiter[n]

medewerker,werknemer

mitbestimmung[n]

medezeggenschap,deelname

mitbewohner[n]

huisgenoot,kamergenoot

mitbringen[v]

meebrengen,meenemen

mitbringsel[n]

cadeau,souvenir

mitbürger[n]
miteinander[adv]

samen,onderling

miterleben[v]
mitgefühl[n]

medeleven,compassie

mitgehen[v]
mitglied[n]

lid,lid

mitgliedschaft[n]
mithalten[v]

bijhouden,concurreren

mithilfe[prep]

met behulp van,door middel van hulp van

mitkommen[v]

meekomen,begeleiden

mitmachen[v]

meedoen,deelnemen

mitnehmen[v]

meenemen,meebrengen

LanGeek
Download de App