Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Das Missfallen
[gender: neuter]
01
ontevredenheid, onbehagen
Ein Gefühl der Ablehnung oder Unzufriedenheit gegenüber etwas
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Missfallens
Voorbeelden
Sie konnte ihr Missfallen nicht verbergen.
Ze kon haar ontevredenheid niet verbergen.
missfallen
[past form: missfiel][phrase form: fallen]
01
niet bevallen, mishagen
Jemandem nicht gefallen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
sterk
onscheidbaar
partikel
miss
basiswerkwoord
fallen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
missfalle
3e persoon enkelvoud
missfällt
onvoltooid deelwoord
missfallend
onvoltooid verleden tijd
missfiel
voltooid deelwoord
missfallen
Voorbeelden
Der neue Entwurf missfiel dem Kunden.
Het nieuwe ontwerp beviel de klant niet.



























