Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
évoluer
01
evolueren, zich ontwikkelen
changer progressivement, se transformer ou se développer dans le temps
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
évolue
1e persoon meervoud
évoluons
1e persoon toekomende tijd
évoluerai
onvoltooid deelwoord
évoluant
voltooid deelwoord
évolué
1e persoon meervoud imperfectum
évoluions
Voorbeelden
Les relations entre les deux pays ont évolué après les négociations.
De relaties tussen de twee landen evolueerden na de onderhandelingen.
02
zich bewegen, zich verplaatsen
se déplacer ou se mouvoir dans un espace de façon ordonnée
Voorbeelden
Les avions évoluent dans le ciel selon un plan précis.
De vliegtuigen evolueren in de lucht volgens een precies plan.



























