Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
éveiller
01
wekken, opwekken
faire sortir quelqu'un du sommeil, ou susciter un sentiment ou une idée
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
éveille
1e persoon meervoud
éveillons
1e persoon toekomende tijd
éveillerai
onvoltooid deelwoord
éveillant
voltooid deelwoord
éveillé
1e persoon meervoud imperfectum
éveillions
Voorbeelden
Le bruit a éveillé le bébé.
Het geluid heeft de baby wakker gemaakt.



























