Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
évaluer
01
beoordelen, meten
estimer la valeur, le prix ou l'importance de quelque chose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
évalue
1e persoon meervoud
évaluons
1e persoon toekomende tijd
évaluerai
onvoltooid deelwoord
évaluant
voltooid deelwoord
évalué
1e persoon meervoud imperfectum
évaluions
Voorbeelden
Le médecin a évalué l' état du patient.
De arts beoordeelde de toestand van de patiënt.



























