Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
élire
01
verkiezen, stemmen voor
choisir quelqu'un pour un poste ou une fonction par vote
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
élis
1e persoon meervoud
élisons
1e persoon toekomende tijd
élirai
onvoltooid deelwoord
élisant
voltooid deelwoord
élu
1e persoon meervoud imperfectum
élisions
Voorbeelden
Le comité élit un nouveau président chaque année.
Het comité kiest elk jaar een nieuwe voorzitter.



























