Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
éclairer
01
verlichten, belichten
donner de la lumière ou rendre plus clair
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
éclaire
1e persoon meervoud
éclairons
1e persoon toekomende tijd
éclairerai
onvoltooid deelwoord
éclairant
voltooid deelwoord
éclairé
1e persoon meervoud imperfectum
éclairions
Voorbeelden
Les bougies éclairent doucement la salle.
De kaarsen verlichten zachtjes de kamer.



























