échapper
Pronunciation
/eʃape/

Definitie en betekenis van "échapper"in het Frans

échapper
01

ontsnappen, ontkomen

sortir d'un endroit contre la volonté de quelqu'un ou éviter un danger
échapper definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
échappe
1e persoon meervoud
échappons
1e persoon toekomende tijd
échapperai
onvoltooid deelwoord
échappant
voltooid deelwoord
échappé
1e persoon meervoud imperfectum
échappions
Voorbeelden
Elle a échappé de justesse à l' accident.
Ze is op het nippertje aan het ongeluk ontsnapt.
02

ontglippen

sortir de la mémoire, ne plus se souvenir
échapper definition and meaning
Voorbeelden
Cette date importante ne doit pas t' échapper.
Deze belangrijke datum mag je niet ontsnappen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store