Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le voyageur
[gender: masculine]
01
reiziger, passagier
personne qui se déplace d'un lieu à un autre, surtout pour un trajet long ou un voyage
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
voyageurs
Voorbeelden
Les voyageurs doivent valider leur billet.
Reizigers moeten hun kaartje valideren.
02
reiziger, reizigster
personne qui aime se déplacer souvent pour découvrir de nouveaux endroits
Voorbeelden
Cette voyageuse a visité plus de 30 pays.
Deze reiziger heeft meer dan 30 landen bezocht.



























