voyager
Pronunciation
/vwajaʒe/

Definitie en betekenis van "voyager"in het Frans

voyager
01

reizen, zich verplaatsen

se déplacer d'un endroit à un autre, souvent pour le plaisir ou les affaires
voyager definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
voyage
1e persoon meervoud
voyageons
1e persoon toekomende tijd
voyagerai
onvoltooid deelwoord
voyageant
voltooid deelwoord
voyagé
1e persoon meervoud imperfectum
voyagions
Voorbeelden
Nous avons voyagé pendant deux semaines.
We hebben twee weken gereisd.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store