vieillir
Pronunciation
/vjejiʀ/

Definitie en betekenis van "vieillir"in het Frans

vieillir
01

verouderen, ouder worden

devenir plus âgé avec le temps
vieillir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
vieillis
1e persoon meervoud
vieillissons
1e persoon toekomende tijd
vieillirai
onvoltooid deelwoord
vieillissant
voltooid deelwoord
vieilli
1e persoon meervoud imperfectum
vieillissions
Voorbeelden
Le vin rouge vieillit mieux que le vin blanc.
Rode wijn veroudert beter dan witte wijn.
02

verouderen, ouder maken

causer le processus de vieillissement
Voorbeelden
Cette coiffure te fait vieillir de dix ans.
Dit kapsel laat je er tien jaar ouder uitzien.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store