Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La trouille
01
angst, vrees
peur forte et familière
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
Voorbeelden
J'ai eu la trouille en entendant ce bruit dans la nuit.
Ik kreeg de trouille toen ik dat geluid in de nacht hoorde.



























