Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
terroriser
01
terroriseren, angst aanjagen
provoquer une peur intense chez quelqu'un
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
terrorise
1e persoon meervoud
terrorisons
1e persoon toekomende tijd
terroriserai
onvoltooid deelwoord
terrorisant
voltooid deelwoord
terrorisé
1e persoon meervoud imperfectum
terrorisions
Voorbeelden
La tempête a terrorisé les habitants du village.
De storm terroriseerde de dorpsbewoners.



























