Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
survivre
01
overleven, in leven blijven
continuer à vivre malgré des difficultés ou un danger
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
survis
1e persoon meervoud
survivons
1e persoon toekomende tijd
survivrai
onvoltooid deelwoord
survivant
voltooid deelwoord
survécu
1e persoon meervoud imperfectum
survivions
Voorbeelden
Elle a survécu à une maladie grave.
Ze heeft een ernstige ziekte overleefd.
Lexicale Boom
survivre
sur
vivre



























