Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
surmonter
01
overwinnen, overkomen
vaincre une difficulté ou un obstacle
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
surmonte
1e persoon meervoud
surmontons
1e persoon toekomende tijd
surmonterai
onvoltooid deelwoord
surmontant
voltooid deelwoord
surmonté
1e persoon meervoud imperfectum
surmontions
Voorbeelden
Il a surmonté sa maladie grâce au traitement.
Hij heeft zijn ziekte dankzij de behandeling overwonnen.
Lexicale Boom
surmonter
sur
monter



























