Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
supporter
01
verdragen, tolereren
pouvoir endurer quelque chose de difficile ou désagréable
Voorbeelden
Nous devons supporter ces difficultés.
We moeten deze moeilijkheden verdragen.
02
elkaar verdragen, elkaar tolereren
capacité à tolérer mutuellement une coexistence
Voorbeelden
Les voisins doivent apprendre à se supporter.
Buren moeten leren elkaar te verdragen.



























