Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
soulager
01
verlichten, verzachten
réduire une douleur ou un problème pour apporter du confort
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
soulage
1e persoon meervoud
soulageons
1e persoon toekomende tijd
soulagerai
onvoltooid deelwoord
soulageant
voltooid deelwoord
soulagé
1e persoon meervoud imperfectum
soulagions
Voorbeelden
Il a pris un bain chaud pour soulager ses douleurs.
Hij nam een warm bad om zijn pijn te verlichten.
02
verlichten, troosten
apporter du réconfort ou diminuer la souffrance de quelqu'un
Voorbeelden
La présence de la famille soulage les personnes en deuil.
De aanwezigheid van de familie verlicht het leed van mensen in rouw.



























