Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
zijn, haar
désigne ce qui appartient à une personne ou à une chose au singulier, selon le genre du nom qui suit
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
son
mannelijk meervoud
ses
vrouwelijk enkelvoud
sa
vrouwelijk meervoud
ses
Voorbeelden
Il a perdu son livre.
Hij heeft zijn boek verloren.
Le son
[gender: masculine]
01
geluid
sensation perçue par l'oreille lorsque des vibrations se propagent dans l'air ou un autre milieu
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
sons
Voorbeelden
Le son des vagues est apaisant.
Het geluid van de golven is rustgevend.
02
zemelen, kaf
enveloppe du grain de blé ou d'autres céréales, séparée lors de la mouture.
Voorbeelden
Le son de blé est riche en fibres.
Tarwezemelen zijn rijk aan vezels.



























