Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
situer
01
plaatsvinden, zich afspelen
avoir lieu, se passer dans un temps ou un espace donné
Voorbeelden
Le roman se situe dans un village imaginaire.
De roman speelt zich af in een denkbeeldig dorp.
02
plaatsen, situeren
placer quelque chose ou quelqu'un dans un lieu déterminé
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
situe
1e persoon meervoud
situons
1e persoon toekomende tijd
situerai
voltooid deelwoord
situé
1e persoon meervoud imperfectum
situions
Voorbeelden
Ils ont situé la bibliothèque au centre de la ville.
Ze plaatsten de bibliotheek in het centrum van de stad.
03
plaatsen, situeren
se trouver dans un lieu ou une position
Voorbeelden
Leur maison se situe dans un quartier calme
Hun huis bevindt zich in een rustige buurt.



























