scier
01
zagen, met een zaag snijden
couper avec une scie
Voorbeelden
Elle scie proprement sans faire d' éclats.
Ze zaagt netjes zonder splinters te maken.
02
verbazen, verbluffen
surprendre ou étonner extrêmement
Voorbeelden
Leur invention a scié les experts.
Hun uitvinding verbaasde de experts.
03
verpletteren, vernietigen
battre violemment, réduire à l'état de loque
Voorbeelden
Ce boxeur scie tous ses adversaires.
Deze bokser maait al zijn tegenstanders neer.



























