rôtir
Pronunciation
/ʁotiʁ/

Definitie en betekenis van "rôtir"in het Frans

rôtir
01

roosteren, braden

cuire un aliment à feu vif, au four ou à la broche
rôtir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
rôtis
1e persoon meervoud
rôtissons
1e persoon toekomende tijd
rôtirai
onvoltooid deelwoord
rôtissant
voltooid deelwoord
rôti
1e persoon meervoud imperfectum
rôtissions
Voorbeelden
La viande a rôti pendant deux heures.
Het vlees braadde twee uur lang.
02

verbranden, roosteren

faire brûler, dessécher sous une chaleur intense
Voorbeelden
On va rôtir ici sans climatisation.
Zullen braden hier zonder airconditioning.
03

roosteren, braden

être exposé à une chaleur intense
Voorbeelden
Je rôtis dès que la température dépasse 30 degrés.
Ik word geroosterd zodra de temperatuur boven de 30 graden uitkomt.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store