Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
réjouir
01
zich verheugen, blij zijn
ressentir de la joie ou être content
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
réjouis
1e persoon meervoud
réjouissons
1e persoon toekomende tijd
réjouirai
onvoltooid deelwoord
réjouissant
voltooid deelwoord
réjoui
1e persoon meervoud imperfectum
réjouissions
Voorbeelden
Elle se réjouit de recevoir de bonnes nouvelles.
Zij verheugt zich op het ontvangen van goed nieuws.



























