repousser
01
uitstellen
reporter à une date ultérieure
Voorbeelden
Le médecin a repoussé mon rendez-vous de deux jours.
De dokter stelde mijn afspraak twee dagen uit.
02
afwijzen, terugwijzen
refuser catégoriquement une proposition ou une avance
Voorbeelden
J' ai dû repousser leur offre commerciale désavantageuse.
Ik moest hun ongunstige zakelijke aanbod afwijzen.
03
opnieuw groeien, weer aangroeien
recommencer à pousser après une coupe ou une période d'arrêt
Voorbeelden
Si tu arroses bien, les plantes repousseront.
Als je goed water geeft, zullen de planten weer groeien.



























