Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
punir
01
straffen
infliger une peine à quelqu'un pour un acte répréhensible
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
punis
1e persoon meervoud
punissons
1e persoon toekomende tijd
punirai
voltooid deelwoord
puni
1e persoon meervoud imperfectum
punissions
Voorbeelden
Le tribunal a puni le voleur sévèrement.
De rechtbank strafte de dief streng.
02
straffen, bestraffen
faire subir à quelqu'un ou quelque chose des conséquences négatives pour une action
Voorbeelden
Le gouvernement punit les entreprises qui polluent.
De overheid straft bedrijven die vervuilen.



























