Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
proche
01
nabij, aangrenzend
qui est à courte distance dans l'espace, le temps ou dans les relations
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus proche
vergrotende trap
plus proche
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
proche
mannelijk meervoud
proches
vrouwelijk enkelvoud
proche
vrouwelijk meervoud
proches
Voorbeelden
Elle est très proche de sa sœur.
Ze is heel dichtbij haar zus.
Le proche
01
familielid, verwant
membre de la famille ou personne très proche sur le plan affectif
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
proches
Voorbeelden
La santé de ses proches lui importe beaucoup.
De gezondheid van zijn naasten is erg belangrijk voor hem.



























