Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le portefeuille
01
portemonnee, beurs
objet plat et pliable où l'on range billets, cartes bancaires, cartes d'identité, etc.
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
portefeuilles
Voorbeelden
Elle a acheté un nouveau portefeuille en cuir.
Ze heeft een nieuwe leren portemonnee gekocht.
02
portefeuille, investeringsportefeuille
collection d'actions, d'obligations ou d'autres valeurs mobilières détenues pour investissement
Voorbeelden
Elle a augmenté la valeur de son portefeuille en investissant dans l' immobilier.
Ze verhoogde de waarde van haar portefeuille door te investeren in vastgoed.



























