Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pleuvoir
01
regenen, water uit de hemel vallen
tomber de l'eau du ciel
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
pleut
1e persoon meervoud
pleuvons
1e persoon toekomende tijd
pleuvrai
onvoltooid deelwoord
pleuvant
voltooid deelwoord
plu
1e persoon meervoud imperfectum
pleuvions
Voorbeelden
Quand il pleut, je reste à la maison.
Wanneer het regent, blijf ik thuis.
02
met bakken uit de hemel vallen, stromen
tomber abondamment
Voorbeelden
Des pétales de rose pleuvaient du balcon.
Rozenblaadjes regenden van het balkon.



























