Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
permettre
01
toestaan, mogelijk maken
autoriser quelqu'un à faire quelque chose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
permets
1e persoon meervoud
permettons
1e persoon toekomende tijd
permettrai
onvoltooid deelwoord
permettant
voltooid deelwoord
permis
1e persoon meervoud imperfectum
permettions
Voorbeelden
Mon emploi du temps ne me permet pas de venir.
Mijn schema staat me niet toe te komen.
02
toestaan, mogelijk maken
endre possible quelque chose
Voorbeelden
Le téléphone portable permet de rester en contact partout.
De mobiele telefoon maakt het mogelijk overal in contact te blijven.
03
zichzelf toestaan, zichzelf permitteren
s'accorder la permission de faire quelque chose, souvent avec une idée de courage ou d'audace
Voorbeelden
Elle s' est permis un moment de repos.
Ze gunde zichzelf een moment van rust.



























