L'orage
[gender: masculine]
01
storm, onweer
phénomène météorologique avec du vent, de la pluie et des éclairs
Voorbeelden
Il y a beaucoup d' éclairs pendant l' orage.
Er zijn veel bliksemflitsen tijdens de storm.
02
onrust, omwenteling
agitation violente, tempête ou bouleversement
Voorbeelden
Son orage de colère a surpris tout le monde.
Zijn storm van woede verraste iedereen.
03
opschudding, tumult
agitation bruyante ou désordre
Voorbeelden
Son arrivée a provoqué un orage de cris.
Zijn aankomst veroorzaakte een rel van geschreeuw.



























