Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
opérer
01
opereren, een chirurgische ingreep uitvoeren
pratiquer une intervention chirurgicale pour soigner une maladie ou une blessure
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
opère
1e persoon meervoud
opérons
1e persoon toekomende tijd
opérerai
onvoltooid deelwoord
opérant
voltooid deelwoord
opéré
1e persoon meervoud imperfectum
opérions
Voorbeelden
L' hôpital opère plusieurs cas complexes chaque mois.
Het ziekenhuis operert elke maand verschillende complexe gevallen.



























