offusquer
01
beledigen, ergeren
provoquer de l'irritation ou du mécontentement chez quelqu'un
Voorbeelden
Il ne voulait pas offusquer ses amis avec ses critiques.
Hij wilde zijn vrienden met zijn kritiek niet beledigen.
02
zich beledigd voelen, gekrenkt raken
se sentir blessé ou irrité par quelque chose
Voorbeelden
Ils s' offusquent souvent des critiques constructives.
Ze ergeren zich vaak aan constructieve kritiek.



























