Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le navigateur
01
browser, webbrowser
programme qui permet d'accéder aux sites web et de consulter des pages en ligne
Voorbeelden
Le navigateur enregistre l' historique des pages visitées.
De browser slaat de geschiedenis van bezochte pagina's op.
02
zeeman, navigator
personne qui conduit un navire et s'oriente sur l'eau
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
navigateurs
Voorbeelden
Le navigateur vérifie la carte avant de partir.
De navigator controleert de kaart voor vertrek.



























