Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
murmurer
01
fluisteren, mompelen
parler très bas, d'une voix douce et peu audible
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
murmure
1e persoon meervoud
murmurons
1e persoon toekomende tijd
murmurerai
onvoltooid deelwoord
murmurant
voltooid deelwoord
murmuré
1e persoon meervoud imperfectum
murmurions
Voorbeelden
Il aime murmurer des chansons pour s' endormir.
Hij houdt ervan om liedjes te mommelen om in slaap te vallen.



























