Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La mort
01
dood, overlijden
fin de la vie d'un être vivant
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
morts
Voorbeelden
La mort de l' animal a attristé les enfants.
De dood van het dier bedroefde de kinderen.
02
dode, lijk
personne ou animal qui n'est plus en vie
Voorbeelden
Pendant la guerre, de nombreux morts ont été enterrés dans des fosses communes.
Tijdens de oorlog werden veel doden begraven in massagraven.
01
dood, levenloos
qui n'a plus de vie
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
mort
mannelijk meervoud
morts
vrouwelijk enkelvoud
morte
vrouwelijk meervoud
mortes
Voorbeelden
Le poisson est mort dans l' aquarium.
De vis is dood in het aquarium.
02
levenloos, dood
qui est dépourvu de vie ou d'animation
Voorbeelden
Son regard était mort, sans émotion.
Zijn blik was dood, zonder emotie.



























