Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le morceau
01
stuk, deel
élément séparé ou partie d'un ensemble
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
morceaux
Voorbeelden
Il manque une pièce au puzzle.
Er ontbreekt een stuk aan de puzzel.
02
muziekstuk, werk
œuvre musicale complète ou extrait
Voorbeelden
Ce morceau de piano est de Chopin.
Dit stuk voor piano is van Chopin.



























