Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le morceau
01
stuk, deel
élément séparé ou partie d'un ensemble
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
morceaux
Voorbeelden
Ce morceau de bois servira pour le feu.
Dit stuk hout zal voor het vuur dienen.
02
muziekstuk, werk
œuvre musicale complète ou extrait
Voorbeelden
Ils ont joué un morceau de jazz improvisé.
Ze speelden een geïmproviseerd jazz-stuk.



























