Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
marier
01
trouwen, in het huwelijk treden
unir légalement ou religieusement sa vie à celle de quelqu'un
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
marie
1e persoon meervoud
marions
1e persoon toekomende tijd
marierai
onvoltooid deelwoord
mariant
voltooid deelwoord
marié
1e persoon meervoud imperfectum
mariions
Voorbeelden
Nous nous sommes mariés après cinq ans de relation.
We zijn na vijf jaar relatie getrouwd.



























