Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
marchander
01
afdingen, onderhandelen over de prijs
discuter avec insistance le prix dans le but de le diminuer
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
marchande
1e persoon meervoud
marchandons
1e persoon toekomende tijd
marchanderai
onvoltooid deelwoord
marchandant
voltooid deelwoord
marchandé
1e persoon meervoud imperfectum
marchandions
Voorbeelden
En Orient, il est de coutume de marchander ses achats.
In het Oosten is het gebruikelijk om over je aankopen af te dingen.



























