Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le marbre
01
marmer, marmersteen
pierre dure et lisse, souvent veiné, utilisée en construction, sculpture ou décoration
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
Voorbeelden
Elle a acheté une table en marbre pour la salle à manger.
Ze kocht een tafel van marmer voor de eetkamer.
02
marmeren object, marmeren werk
objet ou œuvre fabriqué en marbre, souvent une sculpture ou un élément décoratif
Voorbeelden
Il a acheté un petit marbre pour décorer son bureau.
Hij kocht een kleine marmer om zijn kantoor te decoreren.



























