Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
lutter
01
vechten, strijden
faire des efforts pour résister ou surmonter une difficulté
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
lutte
1e persoon meervoud
luttons
1e persoon toekomende tijd
lutterai
onvoltooid deelwoord
luttant
voltooid deelwoord
lutté
1e persoon meervoud imperfectum
luttions
Voorbeelden
Il lutte pour offrir une vie meilleure à ses enfants.
Strijdt om een beter leven te bieden aan zijn kinderen.



























