loucher
Pronunciation
/luʃˈe/

Definitie en betekenis van "loucher"in het Frans

loucher
01

scheel kijken, scheel zijn

avoir un défaut d'alignement des yeux (strabisme) où les axes visuels ne convergent pas vers le même point
loucher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
louche
1e persoon meervoud
louchons
1e persoon toekomende tijd
loucherai
onvoltooid deelwoord
louchant
voltooid deelwoord
louché
1e persoon meervoud imperfectum
louchions
Voorbeelden
Le bébé louche parfois, mais c' est normal à son âge.
De baby scheelt soms, maar dat is normaal op zijn leeftijd.
02

aandachtig kijken, onderzoeken

regarder attentivement quelque chose en plissant les yeux ou en inclinant la tête pour mieux voir
loucher definition and meaning
Voorbeelden
Pourquoi tu louches mon téléphone comme ça ?
Waarom kijk je zo naar mijn telefoon?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store