Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le logement
[gender: masculine]
01
huisvesting, woning
lieu où quelqu'un peut habiter ou être hébergé
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
logements
Voorbeelden
Le logement étudiant est souvent petit.
Studentenhuisvesting is vaak klein.
02
woning, thuis
lieu où une personne vit, comme une maison ou un appartement
Voorbeelden
Le logement est spacieux et lumineux.
De huisvesting is ruim en licht.



























