Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le joint
01
pakking, afdichting
pièce d'étanchéité placée entre deux surfaces pour éviter les fuites
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
joints
Voorbeelden
Le joint du robinet doit être remplacé.
De pakking van de kraan moet worden vervangen.
02
joint, wietstickie
cigarette roulée contenant du cannabis
Voorbeelden
Il a allumé un joint en écoutant de la musique.
Hij stak een joint aan terwijl hij naar muziek luisterde.
01
bijgevoegd, toegevoegd
qui est ajouté ou inclus avec quelque chose d'autre
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
relationeel
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
joint
mannelijk meervoud
joints
vrouwelijk enkelvoud
jointe
vrouwelijk meervoud
jointes
Voorbeelden
Vous trouverez les factures jointes à ce courriel.
U vindt de facturen bijgevoegd bij deze e-mail.



























