Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le job
01
baan, werk
travail ou emploi, souvent utilisé de manière familière
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
jobs
Voorbeelden
Mon frère a commencé un nouveau job cette semaine.
Mijn broer is deze week een nieuwe baan begonnen.



























