Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
interroger
01
verhoren, ondervragen
poser des questions à quelqu'un pour obtenir des informations ou des réponses
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
interroge
1e persoon meervoud
interrogeons
1e persoon toekomende tijd
interrogerai
onvoltooid deelwoord
interrogeant
voltooid deelwoord
interrogé
1e persoon meervoud imperfectum
interrogions
Voorbeelden
Elle interroge le guide touristique sur les monuments.
Ze ondervraagt de gids over de monumenten.
02
verhoren, onderzoeken
examiner attentivement quelque chose ou quelqu'un pour en comprendre les détails
Voorbeelden
L' auditeur interroge les comptes de l' entreprise.
De auditor ondervraagt de rekeningen van het bedrijf.
03
verhoren
poser des questions de manière formelle ou insistante pour obtenir des informations, souvent dans un contexte légal
Voorbeelden
Les autorités interrogeaient les prisonniers toute la nuit.
De autoriteiten verhoorden de gevangenen de hele nacht.
04
zich afvragen
se poser des questions à soi-même pour réfléchir ou s'étonner
Voorbeelden
Nous nous interrogeons sur l' avenir de l' entreprise.
We vragen ons af over de toekomst van het bedrijf.



























