importer
Pronunciation
/ɛ̃.pɔʁ.te/

Definitie en betekenis van "importer"in het Frans

importer
01

importeren

faire entrer des biens ou produits d'un pays étranger dans son pays
importer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
importe
1e persoon meervoud
importons
1e persoon toekomende tijd
importerai
onvoltooid deelwoord
important
voltooid deelwoord
importé
1e persoon meervoud imperfectum
importions
Voorbeelden
Ils importent des vêtements de Chine.
Zij importeren kleding uit China.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store