Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
imiter
01
imiteren, nabootsen
reproduire le comportement, les actions ou le style de quelqu'un ou de quelque chose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
imite
1e persoon meervoud
imitons
1e persoon toekomende tijd
imiterai
voltooid deelwoord
imité
1e persoon meervoud imperfectum
imitions
Voorbeelden
Le perroquet peut imiter la voix humaine.
De papegaai kan de menselijke stem imiteren.
02
imiteren, kopiëren
copier pour tromper ou créer une ressemblance
Voorbeelden
Le faux tableau imite parfaitement l' original.
Het valse schilderij imiteert het origineel perfect.
03
nabootsen, imiteren
s'inspirer de quelque chose pour créer ou reproduire
Voorbeelden
L' architecture de ce bâtiment imite les styles gothiques.
De architectuur van dit gebouw imiteert de gotische stijlen.



























