Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
hésiter
01
aarzelen
refuser ou ne pas oser accomplir quelque chose par peur ou incertitude
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
hésite
1e persoon meervoud
hésitons
1e persoon toekomende tijd
hésiterai
onvoltooid deelwoord
hésitant
voltooid deelwoord
hésité
1e persoon meervoud imperfectum
hésitions
Voorbeelden
Il hésite à demander de l'aide.
Hij aarzelt om hulp te vragen.
02
aarzelen, twijfelen
être indécis, ne pas savoir quoi faire ou dire
Voorbeelden
Elle hésite avant de répondre à la question.
Ze aarzelt voordat ze de vraag beantwoordt.



























