La gueule
[gender: feminine]
01
snuit, muil
la bouche ou le museau d'un animal
Voorbeelden
Le crocodile a une gueule impressionnante.
De krokodil heeft een indrukwekkende muil.
02
mond, opening
ouverture large d'un objet
Voorbeelden
La gueule du canon était dirigée vers le ciel.
De mond van het kanon was op de hemel gericht.
03
gezicht, kop
la forme ou l'expression du visage
Voorbeelden
Arrête de faire cette gueule !
Stop met dat gezicht te trekken!
04
mond, bek
bouche (langage familier, parfois vulgaire)
Voorbeelden
Il a une gueule énorme quand il crie.
Hij heeft een enorme mond als hij schreeuwt.



























