Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La gueule
01
snuit, muil
la bouche ou le museau d'un animal
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
gueules
Voorbeelden
Le lion ouvre sa gueule pour rugir.
De leeuw opent zijn muil om te brullen.
02
mond, opening
ouverture large d'un objet
Voorbeelden
Il a coincé son doigt dans la gueule de la bouteille.
Hij klemde zijn vinger in de hals van de fles.
03
gezicht, kop
la forme ou l'expression du visage
Voorbeelden
Il a une drôle de gueule.
Hij heeft een grappig gezicht.
04
mond, bek
bouche (langage familier, parfois vulgaire)
informeel
Voorbeelden
Ferme ta gueule !
Houd je bek!



























