Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le gibier
[gender: masculine]
01
wild, wildbraad
animaux chassés pour être mangés ou utilisés comme nourriture
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
Voorbeelden
Le renard était le gibier préféré des chasseurs.
De vos was het favoriete wild van de jagers.
02
wildvlees, wild
viande provenant d'animaux chassés pour se nourrir
Voorbeelden
Nous avons acheté du gibier frais au marché.
We hebben vers wild op de markt gekocht.



























